Rijbaanregels voor ruiters
Net als in het verkeer gelden er ook regels in de rijbaan. Ruiters dienen zich aan onderstaande rijbaanregels te houden. Begrijpt u één of meer regels niet? Uw instructeur of overige personeelsleden geven u graag een toelichting.
• Bij het rijden dienen alle ruiters een goed passende veiligheidshelm met gesloten kinband te dragen. (Voorzien van CE-markering en het EN 1384-teken)
• Bij het rijden dienen de schoenen ruim in de stijgbeugel te zitten.
• Bij het rijden dienen alle ruiters rijlaarzen te dragen óf stevige schoenen met een gladde doorlopende zool en een hak, gecombineerd met chaps.
• Bij het rijden dienen grote, uitstekende sieraden en losse kleding te zijn af- c.q. uitgedaan.
• De rijbaan betreden of verlaten: aankondigen met “deur vrij” of “ingang vrij”.
• Op- en afstijgen op de AC-lijn.
• Niet stappen of halthouden op de hoefslag.
• Rijd je op de binnenste hoefslag, houd dan voldoende afstand van de combinaties op de buitenste hoefslag.
• De combinatie op de hoefslag heeft voorrang op de combinatie die een figuur rijdt; kom je bijvoorbeeld uit een volte, dan moet je aansluiten achter de combinatie die op de hoefslag rijdt.
• De combinatie welke op de linkerhand rijdt, heeft bij het elkaar passeren de hoefslag:je houdt dus rechts aan en kunt elkaar de linkerhand geven tijdens het passeren.
• Degene die een snellere gang heeft en/of zijgangen rijdt, heeft altijd voorrang.
• Snijd elkaar niet af en geef elkaar de ruimte bij het passeren.
• Het springen over een hindernis moet worden aangekondigd als er ook andere ruiters in de rijbaan rijden.


